Het was volle bak, donderdagmiddag 15 juni in Velp. Want, zoals dagvoorzitter Anne Reichgelt benadrukt: het gebruik van drones bij bos-en natuurbeheer staat echt op doorbreken. Het doel van de projectgroep Drones voor de Natuur is om dat in 2021, dus over 4 jaar, verantwoord te kunnen doen.

Een drone kan een schat aan informatie opleveren, in minder tijd en vanuit een ander perspectief. Je kunt allerlei sensoren onder een drone hangen, afhankelijk van wat je wilt meten. Er wordt dan ook volop geëxperimenteerd door terreinbeherende organisaties en advies- en onderzoeksbureaus. De resultaten zijn veelbelovend, maar er is ook veel onduidelijk: wat kun je wel en niet meten? Hoe maak je de data goed interpreteerbaar? En dat dat leidt tot informatie waar een beheerder iets mee kan? Maar vooral ook: wat mag er wel en niet?

Bosbeheer

Eerst komt David Borgman van Borgman Beheer Advies aan het woord, die in de praktijk al werkt met drones in het bosbeheer. “Eerder stonden we in het bos vooral omhoog te kijken en te meten. Drones meten van bovenaf, dat geeft letterlijk een heel nieuw perspectief.” In zijn presentatie laat hij diverse en hele verschillende voorbeelden zien van wat je zoal kunt meten, vanuit zijn eigen werkpraktijk.

Zoals het inventariseren van plekken met veel essensterfte in een Natura 2000-gebied, om gericht dáár gewenste soorten in te planten. Metingen met een LiDAR-scanner van onderaf combineren met metingen van een drone, zodat je een volledig beeld krijgt. Vegetatiekarteringen uitvoeren, maar ook info verzamelen om veel gerichter een kostenraming te kunnen maken.

Weidevogelbescherming

Peter van de Brandhof van Brandhof Natuur en Platteland ontwikkelde samen met Clear Flight Solutions en Landschap Overijssel een drone – met beeldherkenningssoftware – die met een warmtecamera nesten kan opsporen. Sterk aan dit voorbeeld is dat er een heel gericht doel was bij de ontwikkeling: de vrijwilligers moeten op hun telefoon of tablet de locatie van de nesten kunnen zien. Brabants Landschap werkt er bijvoorbeeld al mee en de resultaten zijn heel veelbelovend.

Het is natuurlijk een hulpmiddel; vrijwilligers moeten alsnog het veld in om de punten die de drone heeft gespot te controleren, maar met die drone vinden ze méér nesten in kortere tijd. In de presentatie ziet u hoe dat werkt. En, gelooft Marco Renes van Brabants Landschap, met minder verstoring. Er zijn natuurlijk legio andere mogelijke toepassingen denkbaar voor deze drone: reekalfjes opsporen, allerlei tellingen uitvoeren; zelfs koudbloedige dieren zijn met warmtecamera’s goed te zien.

Wat mag er wel en niet?

Na de pauze gaat het over wat er wel en niet mag met drones. En daar gaan veel mensen rechtop zitten, want daarover is veel onduidelijkheid. Dat blijkt ook uit de vele vragen uit de zaal. Vera Aberson van Natuurmonumenten legt de basiswetgeving uit die van toepassing is (zie presentatie) [de link volgt]. Zo gelden voor professionals strengere regels dan voor particulieren, professionals moeten een ROC of minimaal een ROC-light certificaat hebben. Je mag bijvoorbeeld als professional niet zonder ontheffing boven een Natura2000-gebied vliegen. Ook moet je alert zijn op privacy: een leuk filmpje gemaakt door een particulier mag je als tbo niet zomaar gebruiken voor promotie!

Er is een groot grijs gebied, is de voornaamste strekking van Abersons verhaal., omdat ontwikkelingen sneller gaan dan de wetgeving kan bijbenen. Het wachten is op jurisprudentie. De zaal concludeert: ga als tbo bij voorkeur alleen in zee met partijen die een volledige ROC-certificering hebben, dat is het meest safe. Veel bedrijven hebben een ROC-light certificaat, maar juist in natuurgebieden gelden veel uitzonderingen. Toets heel goed waartoe ze wel en niet bevoegd zijn. Nog een advies uit de zaal: leg als tbo zelf contact met ROC in je eigen regio, zodat je van tevoren weet én zwart op wit hebt wat wel en niet kan.

Een andere kwestie is mogelijke schade of verstoring door particulieren – die wel zonder ontheffing in natuurgebieden mogen vliegen! Aberson doet een paar aanbevelingen, zoals het opnemen van een droneverbod op in Natura2000-beheerplannen. En werk met verbodsborden en evt. flyzones, zodat duidelijk is waar particulieren wel en niet met drones mogen vliegen.

Concreet stappenplan

Tot slot presenteert Chris Driessen van Regelink Ecologie en Landschap samen met technicus Mark de Haan van Aeret een concreet stappenplan van acht stappen die je moet doorlopen als je onderzoek wilt doen met drones. De kern van het verhaal: hou in de gaten dat een drone een hulpmiddel is! Het gaat om het beantwoorden van je onderzoeksvraag en het verzamelen van de juiste gegevens daarvoor.

Uit hun verhaal blijkt ook dat het slim is om als ecoloog en technicus nauw samen te werken, alleen samen heb je de kennis om data te verzamelen en te analyseren. Waar het om gaat is dat die ‘vertaalslag’ informatie oplevert waar je als onderzoeker of beheerder concreet iets mee kan. Chris roept deelnemers op: heb je een ecologisch vraagstuk wat zich leent voor een pilotproject met drones? Meld je bij de projectgroep Drones voor de natuur!

Oproep: denk mee in onze communities!

Er komen veel vragen – en trouwens ook antwoorden – uit de zaal, vooral waar het gaat om juridische zaken. Een andere uitdaging is het nog beter interpreteren, vergelijken en standaardiseren van de data met software, maar ook door mensen. Daar moet nog meer aan ontwikkeld worden.

Daaruit blijkt wel dat kennisuitwisseling gewenst is. Anne Reichgelt van de projectgroep roept dan ook alle deelnemers op: denk mee en deel je kennis en ervaringen in één van de drie communities. Er zijn er drie: een voor bosbeheer, een voor ecologisch beheer en een speciaal over alles wat met regelgeving en handhaving te maken heeft. Hier leest u er meer over en kunt u lid worden. Ook met vragen kunt u uiteraard terecht bij de projectgroep. Als het symposium één ding laat zien is het dat daar behoefte aan is!